Elia vlucht... (1 Koningen 19)
Elia is bang. Bang voor Isebel. Bang voor de dreiging. Opmerkelijk is de richting waarin Elia vlucht. De woestijn in, waar zijn voorouders 40 jaar rondzwierven en 40 jaar een tijd van beproeving en vernedering hadden doorgemaakt. Hij vlucht van het beloofde land, dat hij in zijn lengte doorloopt tot het zuiden, Berseba, waar Abraham ooit zijn tenten had opgeslagen, in de richting van Egypte.
Dan komen we iets te weten over zijn geestesgesteldheid, deze Elia, een mens zoals wij. Hij verlangde naar de dood. ‘Het is genoeg geweest, HEER. Neem mijn leven, want ik ben niet beter dan mijn voorouders.’ Elia is depressief. We kunnen zelfs zeggen: suïcidaal. Nu hij de zin van zijn leven – en dat was voor Hem een leven in dienst van God – kwijt is, hoeft het niet meer van hem. Hij is er helemaal doorheen. Ga nu niet zeggen: ‘Elia dat is toch helemaal niet nodig? Je hebt net een groot succes gehad. Je moet je aan de positieve dingen optrekken, niet gelijk bij de eerste beste tegenslag het bijltje er bij neergooien.’
Als je dat doet, dan weet je niet wat depressief zijn is. Soms zijn mensen hun leven lang depressief. Kunnen ze ook niet goed aanwijzen waarom ze dat hebben. Ze moeten leren er mee om te gaan en het is al fijn als ze er openlijk over kunnen spreken, als ze gehoord worden. Je kunt ook niet zeggen dat als je gelooft, dan overkomt je dat niet. Ik zou zeggen: Kijk naar Elia. Aan zijn geloof hoef je niet te twijfelen: Durft u het aan, zo’n match op de Karmel? Als God nu eens niet antwoord met vuur? Als ik het me nu allemaal heb ingebeeld? Nee depressiviteit is geen maat voor je geloof. En zelfs als de doodswens zo groot wordt, dat je daar geen weerstand aan kan bieden, dan nog val je niet uit Gods hand.
Als ik iets van God heb begrepen dat staat Hij dichter bij de Elia van 1 Koningen 19 dan bij de Elia van 1 Koningen 18. Dichter bij de zoekers en de vertwijfelden dan bij de betweters en de triomfantelijken. Dichter bij de mensen die vertwijfeld roepen: ‘O God, wees mij, zondig mens, genadig’ dan bij de mensen die zeggen ‘Gelukkig ben ik niet zoals....’
Voedsel voor onderweg
Dat kan je ook zien aan hoe God met Elia omging. Hij stuurt een knecht met brood en water. Ter versterking. Je redt het niet zonder. Je hebt het nodig. Je kan niet zonder. Het is als avondmaal op je geloofsreis. Of moet ik zeggen: vastenvoedsel in de tijd van beproeving. Ja, wat is dat brood en water?
Dat geef je aan je terneergeslagen broeder of zuster. Die angstig is, gekwetst, van haar enthousiasme beroofd. Die zich eenzaam en onveilig voelt. Die zich niet meer durft te vertonen. Brood en water, dat is als je samen bidt met iemand die zelf de woorden niet meer vindt. Als je als warme gemeenschap staat om iemand, die zoekt naar God maar Hem maar niet kan vinden, maar die zich welkom weet in de gemeente en zich gedragen voelt door zijn broeders en zusters. Brood en water. Een bemoedigend woord. Een gemeente die er voor je is.
En kijk dan hoe God dat doet. Hij stuurt Elia op dit moment niet terug. Dat is nog te vroeg. Je zou bijna zeggen, Hij helpt Elia bij zijn vlucht. Want Elia moest nog wat ontdekken. Zichzelf, maar vooral God. Deze grote profeet. Kende hij God nu echt?
Wij moeten onze broeders of zusters ook niet meteen willen corrigeren. Loop maar met hem mee. Sta maar om haar heen. Wees er maar, met brood en water. Dat lijkt niet veel, maar het geeft wel kracht. Je zou vaak meer willen doen, maar we doen soms te veel. Wees er nou maar. Uiteindelijk moet die ander de tocht toch alleen doen. Maar zegen hem onderweg. Draag haar in je gebeden. En zo reist Elia verder. Op weg naar Egypte. De uittocht andersom. Want alles wat vastomlijnd leek staat te beven. En zo komt hij op de berg van het verbond Midden in de Sinaï de berg Horeb. Waar het eens donderde en bliksemde. Van de Karmel naar de Horeb. En daar zal merken dat God verrassend anders is dan hij had gedacht.
Ds Richard C. Vervoorn
Overgenomen uit ons kerkblad van mei 2012
1 Korintiërs 1 vers 4: Ik dank God te allen tijde over u, vanwege de genade Gods, die u in Christus Jezus geschonken is
Hoe kijken we naar onze gemeente, ons leven, onze wereld?
Er is in Parijs een blogger, eye prefer Paris, die toeristen op onverwachte plekjes in de stad brengt. Hij betreedt niet de platgetreden paden zoals die door de tour operators sinds jaar en dag zijn uitgestippeld, maar heeft zelf een originele kijk op Parijs. Zo leidt hij je door een 19de eeuws kasteel met ‘s werelds grootste collectie aan Monet schilderijen. Een ambachtsatelier waar de juwelen worden gemaakt terwijl je er naar staat te kijken. Een markt in Parijs verscholen in een binnenplaats en een onverwacht weelderige tuin, een afgelegen oase van rust aan een verlaten rangeerstation hoog boven de stad.
Zoals de blogger in Parijs een originele kijk op Parijs geeft, zo geeft Paulus ons hier een bijzondere kijk op de gemeente in deze brief aan de Korintiërs. Door een special bril op te zetten ziet hij, en wij met hem, in de eerste plaats twee dingen:
Rijkdom en toekomstverwachting!
Paulus begint niet bij wat hij er van ziet of niet ziet, hoort of niet hoort, voelt of niet voelt, maar bij de band die ons aan Jezus Christus verbindt. En dan spreekt Paulus hier over de genade van God die ons in Christus Jezus geschonken is. En dat wij in elk opzicht rijk geworden zijn in Hem. In alle woord en alle kennis. De genadige gemeenschap met Jezus Christus. De catechismus van Heidelberg zegt daarover dat de gelovigen allen samen en ieder persoonlijk als leden gemeenschap hebben met de Here Jezus en deel hebben aan al zijn schatten en gaven.
Een gemeenschap dus die men niet heeft verdiend, maar uit genade wordt geschonken. Een band die niet door onszelf wordt opgebouwd. Niet een gemeenschap waarbij we ons hebben aangesloten via het kerkelijk bureau of de scriba van de kerkenraad. Het gaat via Jezus Christus. Hij schenkt die gemeenschap. Zoals Paulus schrijft in vers negen: God door wie u geroepen bent tot gemeenschap met zijn Zoon Jezus Christus. Het initiatief gaat van God uit. Daar begint het.
Het komt er dus maar op aan hoe je naar de werkelijkheid kijkt om te bepalen wat je ziet. Welke bril zetten wij op?
Vincent Harris
Overgenomen uit ons kerkblad van april 2012
Designed by Ton Nolles.