Prekenserie Prediker
|
Inleiding op het boek Prediker (Willibrord vertaling van de bijbel) De schrijver van dit geschrift, dat binnen de oudtestamentische wijsheidsliteratuur een aparte plaats inneemt, wordt in het opschrift {Pre 1:1} aangeduid als ‘Prediker (in het Hebreeuws Kohelet), zoon van David, koning in Jeruzalem’. {vgl Pre 1:12} De naam Kohelet komt elders in de Bijbel niet voor en de betekenis is daarom niet zeker. Uit Pre 12:9 blijkt dat Kohelet onderwijs gaf aan het volk. De naam zal betekenen: ‘hij die het vergaderde volk onderricht’. Sedert Luther Kohelet vertaalde door ‘Prediker’, is ook in het Nederlands de benaming Prediker gangbaar geworden. Dat de schrijver zich vereenzelvigt met koning Salomo berust op een toentertijd geliefde literaire fictie (zie ook Spreuken en Wijsheid). Dit blijkt niet alleen uit het feit dat het boek lang na de tijd van Salomo geschreven werd (zie hieronder), maar evenzeer hieruit dat de schrijver de rol van Salomo niet altijd volhoudt. Zo spreekt hij in Pre 1:16 over ‘... al mijn voorgangers in Jeruzalem’, terwijl onder meer uit vers Pre 8:2-4 blijkt dat hij geen koning is maar een onderdaan. Zoals in Pre 12:9 gezegd wordt en ook uit heel het geschrift blijkt, hebben we eerder te doen met een wijze, een wijsheidsleraar, behorend tot die groep van intellectuelen die sedert koning Salomo een eigen en belangrijke plaats innam in het leven van Israël. Wanneer Prediker leefde en zijn boek schreef, is niet precies vast te stellen. Het gebruik van Perzische woorden {Pre 2:5; 8:11} sluit een ontstaan vóór de Perzische verheersing (vanaf 540) zeker uit. Anderzijds staat vast dat Jezus Sirach (omstreeks 190 v.Chr.) Prediker gekend en benut heeft. (Ook in Qumran werden fragmenten van Prediker gevonden.) Binnen deze twee uitersten tracht men meestal tot een nadere vaststelling te komen op grond van historische situaties die in het boek {o.a. Pre 4:13-16; 9:13-16} verondersteld kunnen worden. Maar het gaat in deze passages meer om typische voor¬beelden dan om concrete situaties. De aanhang groeit voor een datering van Prediker omstreeks het jaar 200 v.Chr. Hierbij beroept men zich vooral op het late karakter van de gebruikte taal. Inderdaad treffen we veel abstracte woorden aan die in het oudere Hebreeuws ontbreken. Verder staat hij zo onder invloed van het Aramees dat men wel eens heeft gemeend dat het boek in het Aramees geschreven en vervolgens in het Hebreeuws vertaald zou zijn. Maar het Aramees deed lang voor 200 zijn invloed in Israël gelden, zodat ook een vroegere datering (namelijk in de periode van de ballingschap; eerste helft van de zesde eeuw) mogelijk blijft. Prediker schreef zijn boek in Israël, waarschijnlijk in Jeruzalem. Omstreden is de opbouw en de eenheid van Prediker. De vraag is of het boek bestaat uit een losse aaneenrijging van afzonderlijke gezegden die niet met elkaar in verband gebracht moeten worden, of dat het is te verdelen in afdelingen die op zichzelf en ten opzichte van elkaar een duidelijke samenhang vormen en een voortgang van gedachte vertonen. Als wij afzien van de eisen die onze westerse logica in dit opzicht kan stellen, valt te constateren dat Prediker stilistisch en thematisch werkelijk een eenheid is. Hierop wijst allereerst het typische woordgebruik: een groot aantal woorden ‘voorkeurswoorden’) keert herhaaldelijk terug, zoals de lezer snel duidelijk wordt. Een andere aanwijzing voor de eenheid is dat het boek in de ik-vorm geschreven is. Dat deze ik-vorm regelmatig wordt onderbroken (de over zichzelf verhalende koning wordt in toenemende mate een vermanende wijsheidsleraar) kan niet als een bezwaar tegen de eenheid worden aangevoerd. Een dergelijke rolwisseling, zoals elders in oud-Oosterse en Joodse literatuur, een bewust gekozen stijlmiddel. En, hoe wisselend en zelfs tegen¬strijdig degedachtegang van Prediker misschien zou kunnen voorkomen, alles wordt bijeengehouden door de fundamentele en steeds opnieuw uitgesproken gedachte dat alles ijdel is. Ook de schrijver van het opschrift {Pre 1:1-3} en het nawoord {Pre 12:8-12} heeft dit goed begrepen. Vanuit deze visie op de eenheid van Prediker lijkt het ook niet nodig aan te nemen dat het oorspronkelijke geschrift een orthodoxe bewerking zou hebben ondergaan om het meer aanvaardbaar te maken in kringen die tegen bepaalde uitspraken van Prediker bezwaren zouden kunnen hebben. Terwijl de overige bijbelse wijsheidsliteratuur vaak regels aan de hand doet die tot een betamelijk en gelukkig leven moeten voeren, is het werk van Prediker eerder een soort nabeschouwing van een wijze die het leven en de wereld grondig heeft onderzocht en daarbij tot de teleurstellende conclusie is gekomen dat alles ijdel, dat wil zeggen: zin- en waardeloos, is. Prediker komt tot zijn navrante conclusie op grond van verschillende ervaringen en overwegingen. Namelijk de ondoorgrondelijkheid van Gods wereldbestuur, dat zich aan de mens voordoet als een noodlot; de onrechtvaardigheid in de wereld, vooral het ontbreken van een juiste vergelding voor goed en kwaad; de onvermijdelijke loop van de dingen waarop de mens geen invloed heeft; de beperktheid van de wijsheid, zodat de mens de zin van de dingen niet doorziet hoewel zijn verlangen daarnaar uit gaat; de onvruchtbaarheid van de menselijke arbeid en van de geschiedenis; en bovenal de gedachte dat de onvermijdelijke dood het definitieve en radicale einde betekent van de mens, die geen ander lot te verwachten heeft dan het dier. De ijdelheid is de achter¬grond van Predikers aansporing van het goede in het leven te genieten zo lang het kan en zo veel als mogelijk is. Dit is geen plat materialisme, maar de laatste greep op het leven van iemand die overal op grenzen gestoten is en zich in het simpele genieten van het alledaagse afhankelijk weet van dezelfde God die hem elders zo ongrijpbaar en onberekenbaar voorkomt. Hoewel Prediker niet het laatste woord spreekt over God en mens, wereld en geschiedenis- het boek moet daarom ook niet geďsoleerd maar binnen het verband van de hele Schrift gelezen worden- is zijn werk een authentiek getuigenis over de onmacht van de mens en de betrekkelijkheid van alles wat zich onder de zon afspeelt. Indeling van het boek Hoofdstuk 1:1-11 Inleiding, samenvatting door de “redacteur” Hoofdstuk 1:13-6:9 Autobiografie “Kohelet” – zijn eigen ervaringen worden verslagen Hoofdstuk 6:10-12:7 Spreuken, wijsheden van Kohelet, n.a.v. zijn levenservaring Hoofdstuk 12:8-14 Nawoord van de “redacteur” De ‘redacteur’ begint met een heel negatief beeld over het leven. In hoofdstuk 1 vind je niets positiefs. Daarna volgen de ervaringen en wijze woorden van Kohelet. De ‘redacteur’ sluit het boek af door de openingszin te herhalen (Lucht en leegte, zegt Prediker, alles is leegte 12;8), en vervolgens op God, Zijn wet en oordeel te wijzen als slot van het boek. Een paar begrippen uit het boek Prediker 1. IJdelheid lucht, leegte. Dit woord (in het Hebreeuws hebel), komt meer dan 30 keer in Prediker voor, en betekent lucht, damp, adem. Michael Fox vertaalt dit woord, zoals Prediker het gebruikt, als absurd of tegenstrijdig. Het is niet zo dat alles zo zinloos en betekenisloos is dat het geen zin heeft om er over na te denken. Het gaat meer om het feit dat het lijkt alsof het leven niet klopt, dat er zoveel tegenstrijdigheden zijn dat je er niet uitkomt als je dat in overweging neemt. 2. Voordeel (1;2). Dit woord komt 9 keer in Prediker voor, en nergens anders in het Oude Testament. Het betekent baat, winst, wat over blijft als alles afgerekend is. Het is een economische term 3. Onder de zon. Deze uitdrukking komt 27 keer in Prediker voor, en ook nergens anders in het Oude Testament. Wat de schrijver hier waarschijnlijk wil zeggen is dat hij bewust niet verder heeft gekeken dan wat door de mens waarneembaar is “onder de zon”. Dit is dus dan ook gelijk een heel aparte denkwijze voor die tijd, toen er niemand was die niet in een ‘geestelijke’ of ‘buitenaardse’ realiteit geloofde. Aandachtspunten: Gedurende deze prekenserie willen we, o.a., de volgende punten overwegen: 1. Prediker onderzoekt de wereld van (liefdes)relaties niet. Hij wordt niet verliefd, bouwt geen vriendschap op, om daarna te constateren: ook dit was leegte. Wat zegt dat ons? 2. Zijn wij als christelijke gemeenschap teveel meegegaan met onze wereld, die beweert dat er geen wereld buiten de waarneembare is, en snel neigt naar scepticisme en pessimisme? Hoe kunnen we elkaar helpen om actief en praktisch meer op God te vertrouwen en onze omgeving daarin voor te gaan? 3. Hoe zit het met onze persoonlijke zoektocht naar wijsheid, winst, rijkdom, genot, rechten, persoonlijke ontplooiing? Is dat in de juiste verhouding met ‘zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid’? Overzicht prekenserie Prediker Dit schema is overgenomen van een prekenserie gehouden in Redeemer Presbyterian Church, New York, in 1992..
Norman |
|