Daar, waar het mooie bosgebied van de Veluwe in het noordoosten de ontmoeting aangaat met het uiterwaardenlandschap van de IJssel, ligt het Gelderse Hattem. Een gemeente met een binnenstad die in 1972 als beschermd stadsgezicht is aangewezen.
In het westelijk deel beslaat het bosgebied w.o. het Landgoed Molecaten, Flip Hul, de bossen van het Gelderse landschap en de gemeentebossen. Het noordoostelijke en oostelijke deel van de gemeente beslaat het polder- en uiterwaardengebied.
Hattem telt ca. 12.000 inwoners.
Hattem is uitstekend bereikbaar. De ligging nabij het snijpunt van de rijkswegen
A28 en A50 en de nabijheid van Zwolle verhogen de aantrekkelijkheid van Hattem als woongemeente.
Historie
De nederzetting Hattem werd in de 9e eeuw al genoemd. Vanwege de groei van de bevolking verkreeg Hattem in 1176 kerkelijke zelfstandigheid en in 1299 stadsrechten. De vesting Hattem ligt op een natuurlijke zandrug die enkele meters boven de omgeving uitsteekt. Bij hoog water een rustgevend idee.
Verkeerswegen langs de rand van de Veluwe vanuit
zuidoost en zuidwest kwamen en komen hier bijeen om samen de IJssel te kruisen. Op deze strategische plek werd het piepkleine stadje (hooguit 400 meter in doorsnee) van stadsmuren en –poorten voorzien.
In 1401 schonk de hertog een grote uiterwaard aan de burgers binnen de stadsmuren voor gemeenschappelijke beweiding en baksteenfabricage. Vrijwel meteen begon hij aan de bouw van een kasteel met de grootste torens en dikste muren van Nederland. Het “binnen de stadsmuren” van 1401 is tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw letterlijk genomen en in de stad overwinterden dan ook enkele honderden koeien. De steenbakkerij moet een behoorlijke omvang hebben gekregen. Hattem werd lid van de Hanze.
Aan beide uiteinden van het platteland van Hattem verrees in de middeleeuwen een klooster: Hulsbergen en Klaarwater. Met Arnhem, Harderwijk, Elburg en Wageningen was Hattem stemhebbende stad in de Staten van het kwartier Veluwe. Terwijl in de eerste helft van de 17e eeuw een bloeiperiode zich voordeed waarin verscheidene nu nog resterende mooie panden werden gebouwd, evenals schitterend kerkmeubilair en het klokkenspel tot stand kwamen, is Hattems welvaren daarna ingezakt. De algehele malaise in de landbouw, de pestepidemie van 1656, toen ruim een derde van de bevolking overleed, alsmede de bezetting van de
Munstersen en Fransen in 1672 en 1673 met hun brandschattingen, zijn even zo vele klappen voor het economische leven geweest.
In 1786 was Hattem een patriottenbolwerk onder Herman Willem Daendels. De Hattemer predikant Anthony Brummelkamp was in 1835 een van de voormannen van de Afscheiding. Rond 1900 zochten veel schilders Hattem op om er te werken. Hun middelpunt vormde de hier wonende IJsselschilder Jan Voerman.
Dominerend in het stadsgezicht van Hattem is de Grote kerk, ook wel St. Andreaskerk genaamd. Het marktplein ademt een sfeer van oudheid: de aan dit plein staande panden zijn alle fraai gerestaureerd, met als blikvanger het stadhuis dat werd gebouwd in 1619 en de daaropvolgende jaren. De binnenstad herbergt verder vele monumenten, een bakkerijmuseum, het Anton Pieckmuseum en het Voermanhuis.
Hattem biedt heel veel op sportief gebied: een sporthal, een overdekt en openluchtbad, tennisbanen, hockey- en voetbalvelden en een golfbaan. De uitgestrekte bossen bieden mogelijkheden voor wandelaars, fietsers en ruiters. Voor de waterliefhebbers zijn er diverse visplekken en een jachthaven; ook zijn diverse kanotochten mogelijk. Vanaf de dijk kan van een prachtig uitzicht op de uiterwaarden en de IJssel genoten worden.
(Gegevens zijn ontleend aan de gemeentegids voor Hattem
en met toestemming van de
gemeente Hattem.)
|