
Kerkelijke examens
>
Terug naar AKS
Zie ook
printbare versie januari 2005 AKS met bijlagen (in pdf)
A. De kerkelijke onderzoeken
- Wie predikant wil worden in de Nederlands Gereformeerde Kerken, dient belijdend lid van deze kerken te zijn en zich te onderwerpen aan de vereiste kerkelijke
onderzoeken.
- Tot de kerkelijke onderzoeken worden gerekend:
a. het onderzoek met het oog op het verlenen van preekconsent;
b. het toelatingsonderzoek met het oog op de beroepbaarstelling;
c. het afsluitende onderzoek met het oog op de eerste bevestiging als dienaar van het Woord.
B. Voorbereiding van het kerkelijke onderzoek
- Wie een van deze onderzoeken wenst te ondergaan, doet daartoe overeenkomstig art. 5 AKS een aanvraag bij de regiovergadering van de gemeente waartoe hij behoort.
- De regiovergadering heeft of benoemt een commissie ter voorbereiding van het examen. Deze commissie heeft met de aanvrager een gesprek waarin tenminste de gevolgde opleiding, de motivatie voor en roeping tot het ambt van predikant aan de orde komen. Aanvrager legt aan de commissie de voor het examen vereiste getuigschriften voor. Ook neemt de commissie met aanvrager de gang van zaken op het examen door.
- De regiovergadering wijst examinatoren aan (al dan niet predikant) die bekwaam zijn voor het doen van het betreffende onderzoek. Indien nodig zal een beroep gedaan worden op examinatoren van buiten de eigen regio.
C. Het onderzoek voor het verlenen van preekconsent
- Ter vergadering dient aanwezig te zijn:
a. een gunstig getuigenis van de betreffende kerkenraad;
b. een positief advies van de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding (NGP). Bij het ontbreken van dit advies kan het onderzoek geen voortgang vinden voordat de kerndocenten van de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding daarover geraadpleegd zijn.
- Er wordt onderzoek gedaan naar:
a. de bekwaamheid om Gods Woord aan de gemeente te prediken. Daarvoor dient tenminste één preek te worden gehouden over een van tevoren opgegeven tekst;
b. kennis van en inzicht in de Heilige Schrift;
c. kennis van de leer van de kerk aan de hand van de belijdenisgeschriften.
- De afhandeling van het onderzoek.
a. Hij die het preekconsent ontvangt, betuigt ter vergadering zijn instemming met de leer van de kerk door ondertekening van het
ondertekeningsformulier voor proponenten, vastgesteld door de Landelijke Vergadering van Wezep (1978).
b. Een student die preekconsent ontvangt, dient zich in verband met stagebegeleiding met de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding te verstaan.
c Het consent wordt verleend voor de periode van één jaar en kan als regel twee keer voor een jaar verlengd worden.
d. Aan het besluit tot verlening van preekconsent, waarvan de aanvrager schriftelijk bevestiging ontvangt, zal de regiovergadering zo spoedig mogelijk bekendheid geven.
D. Het toelatingsonderzoek
Het toelatingsonderzoek voor het ambt van dienaar des Woords als bedoeld in art. 5 AKS draagt een geestelijk karakter. De bedoeling is niet dat het examen van de opleiding wordt overgedaan, maar dat de kerken een goede indruk krijgen van de wijze waarop de aanvrager zijn opgedane kennis eerbiedig en gelovig weet te gebruiken ten dienste van de verkondiging van het Woord en van de overige arbeid.
- Ter vergadering dient aanwezig te zijn:
a. een gunstig getuigenis van de kerkenraad;
b. een geldig diploma als bewijs dat een deugdelijke opleiding is gevolgd, zoals laatstelijk bepaald op de Landelijke Vergadering van Doorn (1998);
c. een getuigschrift van de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding, dat tenminste omvat
- i. een positief oordeel over de deugdelijkheid van de genoten opleiding, al dan niet met aanvullende tentamens;
- ii. een verklaring dat aanvrager de verplichte stage tot tevredenheid heeft voltooid;
- iii. voldoende informatie om tot een oordeel te kunnen komen over zijn geschiktheid voor het ambt van predikant.
- Er wordt onderzoek gedaan naar:
a. de bekwaamheid om Gods Woord aan de gemeente te prediken, waarvoor tenminste één preek gehouden dient te worden over een van tevoren opgegeven tekst;
b. de bekwaamheid om Gods Woord duidelijk uit te leggen vanuit de grondtalen. Dit gebeurt aan de hand van een van tevoren opgegeven hoofdstuk, zowel uit het Oude als uit het Nieuwe Testament;
c. de kennis van en het inzicht in de Heilige Schrift;
d. de kennis van de leer der kerk aan de hand van de belijdenisgeschriften;
e. de kennis van de schriftuurlijke levenswandel in deze wereld;
f. de kennis van de kerkgeschiedenis, de regering der kerk en haar wijze van samenleven.
- De afhandeling van het onderzoek:
a. Na een goede uitslag van het onderzoek zal betrokkene het ondertekeningsformulier voor
proponenten, vastgelegd door de Landelijke Vergadering van Wezep (1978) ondertekenen.
b. Na de ondertekening zal de vergadering hem beroepbaar verklaren, in de regel voor een termijn van twee jaren.
c. Aan het besluit tot beroepbaarstelling, waarvan de betrokkene schriftelijk bevestiging ontvangt, zal de regiovergadering zo spoedig mogelijk bekendheid geven.
E. Het afsluitend onderzoek
Het afsluitend onderzoek als bedoeld in art. 6 AKS is een onderzoek naar leer en leven en de bekwaamheid tot het ambt. Wanneer er tussen dit onderzoek en het toelatingsonderzoek meer dan twee jaar verlopen is, kan de regiovergadering besluiten onderdelen van het toelatingsonderzoek te herhalen.
Het doel van het onderzoek is dat de kerken temidden waarvan hij gaat dienen, de aanstaande predikant met overtuiging in hun midden kunnen ontvangen in de dienst van het Woord en de sacramenten.
- Ter vergadering dient aanwezig te zijn:
a. een beroepbaarverklaring door een regiovergadering van de Nederlands Gereformeerde Kerken;
b. de beroepingsbrief van de toekomstige gemeente;
c. de verklaring van aanneming van het beroep;
d. een gunstig getuigenis van de kerkenraad der gemeente waarvan de a.s. predikant lid is, c.q. was;
- De inhoud van het onderzoek:
a. de uitleg van de Heilige Schrift;
b. visie op de preek (wezen, aanpak, doel);
c. visie op ambt en gemeente;
d. ethische en geloofsvragen;
e. catechese.
- De afhandeling van het onderzoek:
a. Na een goede uitslag van het onderzoek zal de a.s. predikant het ondertekeningsformulier voor
predikanten, vastgelegd door de Landelijke Vergadering van Apeldoorn (1995) ondertekenen.
b. De regiovergadering zal aan de a.s. predikant schriftelijk bevestiging geven van zijn toelating tot het ambt van dienaar des Woords in de Nederlands Gereformeerde Kerken en daaraan zo spoedig mogelijk bekendheid geven.
c. De regiovergadering zal een ervaren predikant uit de regio aanwijzen als mentor om de nieuwe predikant waar nodig met raad en daad terzijde te staan. Daarnaast zorgt de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding voor begeleiding gedurende de eerste drie jaren van het predikantschap.
F. Toelating van voorgangers uit andere kerken
- Vanwege het bepaalde onder A1 dient een predikant uit een andere kerk die individueel wil overkomen, in beginsel in eigen gemeente zijn ambt neer te leggen, lid te worden van de dichtstbijzijnde NG-kerk en via deze gemeente beroepbaarstelling aan te vragen.
- Voorafgaand hieraan kan betrokkene terecht bij de Commissie voor Contact en Samenspreking met andere kerken (CCS) voor vertrouwelijk overleg over de procedure, de aard van de NGK en andere vormen van advies.
- Na het toelatingsonderzoek en afsluitend onderzoek kan betrokkene respectievelijk beroepbaar gesteld en bevestigd worden volgens de geldende regels met daarbij de volgende bijzondere bepalingen:
a. Waar bij genoemde examens normaal een attest van de NGP wordt gevraagd, zal in de hier bedoelde situatie een attest van de onder B genoemde Vertrouwens- en AdviesCommissie (VAC) worden gevraagd. Dit attest zal gebaseerd zijn op gesprekken met betrokkene en ingewonnen referenties. Het attest omvat ten minste een positief oordeel over motivatie, geschiktheid en bekwaamheid voor het ambt van predikant binnen de Nederlands Gereformeerde Kerken. Afhankelijk van het aantal dienstjaren van betrokkene als predikant, zal het attest ook ingaan op de genoten opleiding en beroepsvorming.
b. Indien betrokkene nog slechts korte tijd tot het belijden van de gereformeerde leer is gekomen, kan de regiovergadering hem verzoeken eerst preekbevoegdheid te vragen en minimaal een half jaar in de kerken voor te gaan, voordat het toelatingsonderzoek voor beroepbaarstelling zal plaatsvinden
c. Indien betrokkene behoort tot een (buitenlandse) kerk waarmee kerkelijke gemeenschap wordt onderhouden, kan de regiovergadering besluiten de omvang van het examen te beperken.
Deze pagina wordt gepubliceerd door
het moderamen van de Landelijke Vergadering.
e-mail. Laatste wijziging 06-01-06
.
|