![]() |
Toespraak namens de Nederlands Gereformeerde Kerken tot de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken (Vrijgemaakt) te Leusden op 9 september 1999
door ds. W. Smouter, Ede, voorzitter van de Commissie voor Contact en Samenspreking
Broeder preses, hoog geachte broeders,
"Ik dank mijn God, zo dikwijls als ik aan u denk" - met woorden van die strekking begint de apostel Paulus zijn brieven. En ik wil u echt zeggen, dat dat het eerste was wat bij me boven kwam, toen ik mijn woorden van vandaag overwoog. Zeker, er zijn in onze kerken ook andere gevoelens, zoals u zich gezien de geschiedenis kunt voorstellen. Toch is die dankbaarheid voor uw kerken ook echt gemeend. We zijn dankbaar voor veel dingen, die u onder Gods zegen hebt mogen doen. Velen van ons sturen hun kinderen naar vrijgemaakte scholen, met hartelijke instemming maken wij gebruik van wat de docenten aan uw Theologische Universiteit opdiepen uit Gods Woord en er gaat inspiratie uit van wat uw Landelijk Verband van Evangelisatie en tal van andere organen presenteren. Opvallend is, dat velen van ons juist via leden van uw kerken meer zicht hebben gekregen op waardevolle inbreng uit evangelische hoek. Een en ander betekent ook, dat u en wij elkaar steeds meer tegenkomen in de praktijk van het christelijk leven. We zoeken op dezelfde manier naar verdieping van het geloof, naar manieren om het wonder van genade door te geven aan onze eigen jongeren en aan mensen van buiten. We tillen ook aan dezelfde problemen van een afbrokkelende gereformeerde wereld en de moeite om in een samenleving waarin iedereen het o zo goed heeft, te laten zien dat het evangelie van Christus van wezenlijk belang is. Het is kostbaar om medechistenen te ontmoeten die echt midden in deze tijd willen staan. Ja, we zijn God dankbaar en u erkentelijk.
Erkentelijk zijn we ook voor de geboden gelegenheid om hier toelichting te geven op de brief die onze LV aan uw synode stuurde. Ik besef best, dat dat onder moeilijke omstandigheden gebeurt; uw synode van Berkel besloot immers om de gesprekken met ons niet voort te zetten. Toch zijn we blij, dat vandaag voor het eerst in de geschiedenis, voor het eerst in dertig jaar, een vertegenwoordiger van de Nederlands Gereformeerde Kerken uw vergadering mag toespreken. Ik wil daar geen grote woorden over spreken, maar het is een feit: u bent nooit uit onze gedachten geweest en nu zien we elkaar in de ogen.
Ik ben hier vooral om toelichting te geven op de brief van onze Landelijke Vergadering. En ik wil het dan maar meteen over het moeilijkste punt hebben. Namelijk het beeld dat ontstaan is, dat er een tegenstelling zou zijn tussen wat onze LV schrijft, namelijk dat we met u op de basis van Gods Woord willen staan naar de Gereformeerde belijdenis, en wat er op de LV gebeurde, namelijk dat niet gekozen werd voor een duidelijker binding aan de belijdenisgeschriften.
Als ik terugkijk op de manier, waarop een en ander gebeurde en in de publiciteit kwam, kan ik me voorstellen dat een vreemde indruk is gewekt. Toch wil ik met nadruk zeggen: het punt was niet, dat de NGK in de bewuste vergadering weigerden, zich te binden aan Schrift en belijdenis. Het punt was, dat de NGK al vanaf het begin op die basis staan en dat ze er niets in zagen, dit formeler vast te leggen dan in de huidige kerkelijke papieren. Daarin staat (Voorwoord bij het AKS), dat de kerken als opnieuw beloven "zich aan het Woord van God en aan de belijdenis van de kerk van alle eeuwen te houden. Zij verklaren in dat belijden van de Waarheid van de Heilige Schrift, zoals in de drie Formulieren van Enigheid is uitgedrukt, haar eenheid en de grond voor haar samengaan te vinden."
Wij vinden, dat we op deze basis nu al aanspreekbaar zijn en dat was de achtergrond van wat er ter LV gebeurde. Ik citeer uit de notulen: "Er wordt protest aangetekend tegen de twijfel aan de confessionele betrouwbaarheid van de Nederlands Gereformeerde Kerken; wij willen hierop juist aanspreekbaar zijn en blijven". "Zegt u ons waarin wij van de Heilige Schrift afwijken!" en "Goede gesprekken met elkaar zijn pas mogelijk als wij elkaar accepteren, zoals Christus ons accepteert". Alles afwegend had de vergadering niet het vertrouwen, dat de situatie veel zou verbeteren als we onder de bestaande uitspraken een extra streep zouden zetten. In plaats daarvan zoeken we echt het gesprek over de manier waarop wij als kerk vandaag trouw proberen te zijn aan de leer van de Schrift naar gereformeerde belijdenis.
Ik besef intussen heel goed, dat de papieren werkelijkheid bij ons er minder wel doortimmerd uitziet dan bij u. Wij hebben andere omgangsvormen en ze zijn gestempeld door de herinnering aan een tijd, waarin predikanten met een beroep op die papieren op een formele manier werden veroordeeld en kerken uit het verband gezet. Ik weet dat u ook pijn hebt vanwege die periode, maar het vergt nu eenmaal voor wie geschorst zijn meer tijd om er overheen te komen dan voor wie geschorst hebben. Dat is niet anders.
Wat ik hier zeg, laat onverlet dat we de schuld voor de breuk in onze kerken niet eenzijdig bij u willen leggen. Zoals onze LV uitsprak, vragen wij aan God en aan u vergeving voor wat wij van onze kan in gebrek aan wijsheid en liefde daaraan bijgedragen hebben.
Wij vinden overigens, dat we in de pijnlijke weg van onze geschiedenis ook winst verkregen hebben; wij leven niet alleen uit reactie. Onze kerkelijke regels zijn sober, en dat zien we als een goede zaak. Ze proberen niet elke situatie te beschrijven en elke maas in de wet te dichten, maar zijn geestelijk van karakter: we spreken af, rekening met elkaar te houden en geduld te betrachten waar het kan lijden. Tegelijk hebben we ook duidelijke afspraken over kerkelijke tucht als het niet kan lijden, die we helaas ook in de praktijk hebben moeten toepassen.
Het is duidelijk, dat onze kerken sinds pakweg 1970 veranderd zijn. We menen echter in alle eerlijkheid, volkomen herkenbaar te zijn als gereformeerde kerken. Wij vinden dat we dat in deze tijd alleen kunnen doen door midden in de cultuur en wereld van vandaag te staan en met vallen en opstaan te zoeken naar de weg, die de Here ons wijst.
En is het resulaat nu echt geweest, dat een en ander bij ons tot leervrijheid of ordeloosheid heeft geleid? Wij zien u met dezelfde vraagstukken bezig als wij, zij het soms met een beperkt fase-verschil. En de discussies in boek en blad zijn bij u minstens zo ingrijpend als bij ons. Onze LV schreef daarover: "Discussies over de relatie tussen sabbat en zondag, over vrouwelijke ambtsdragers, over het gezag van de Schrift, over het fundament van de kerk en zelfs over de uniciteit van Christus lijden we komen ze bij u tegen zo goed als bij ons". En wij onderschrijven de indruk, dat u daar met veel geduld en wijsheid mee omgaat. Maar is het nu werkelijk zo, dat bij ons een ander evangelie wordt gebracht dan bij u, of dat we discussies toelaten die u zich in uw kerken niet voor kunt stellen?
Intussen bevinden we ons nu in een situatie waarin uw en onze kerken, ondanks een eerste poging, op landelijk vlak niet in gesprek zijn. Wij betreuren dat zeer, omdat we nog altijd geloven dat we samen horen. Onze LV was van mening dat onze commissie en uw deputaten er nog niet in geslaagd zijn om door wederzijdse karikaturen heen te breken. Verschillende plaatselijke kerken herkenden en erkenden elkaar als ware kerken, als gemeenten van Christus, al konden ze vanwege de regelgeving van Berkel daar nog weinig uiting aan geven. Mogen we u in overgeving geven om, als u geen ruimte ziet voor samensprekingen die op snelle hereniging gericht zijn, toch te zoeken naar een weg om elkaar beter te leren kennen en vertrouwen? In onze ogen zou dat kunnen helpen om samen de tijd af te wachten, waarin God ruimte biedt om de geslagen breuk te helen.
We lezen en horen over de groeiende contacten die u hebt met de CGK en juichen die contacten van harte toe. Ook als u, in onze ogen ten onrechte, onze kerken daarbij passeert, kan het toch bijdragen aan de eenheid van kerken die samen horen. Wel zouden we u willen vragen, daarbij te bedenken: de samenwerking die wij op vele plaatsen met de CGK hebben, is verhoring van veel gebed. Ook als u het met die contacten niet eens bent, zoudt u naar de les van Gamaliël de tijd kunnen nemen om af te wachten of dit werk uit God is of uit mensen.
Broeders, we leven in een tijd waarin God muren afbreekt. Waarin christenen elkaar over bestaande muren heen herkennen en er een eenheid groeit in gebed, afwachtende wat de Here doen zal. We hopen en bidden dat u voor die ontwikkeling ruimte zult houden, zelfs al wilt u het voorzichtig aan doen. Wij kloppen aan uw deur, niet uit een gevoel van "samen staan we sterk", of zo. Maar puur omdat we geloven, dat de eer van Christus erdoor geschaad wordt als de leden van zijn lichaam tegen elkaar zouden zeggen: wij hebben u niet nodig. Ja, wij hebben u nodig omdat het één Lichaam is. Ons hart gaat naar u uit en we hebben mogen ervaren, dat dat bij velen van u ook omgekeerd zo is.
Namens de Nederlands Gereformeerde Kerken wens ik u in al uw beraadslagingen de onmisbare zegen van God toe. Moge de Koning der Kerk uw kerken bouwen en bewaren.
ds W. Smouter.