Naar Index Landelijke Vergadering

Landelijke Vergadering NGK Doorn 1998

Toespraak op C.G.K. synode

door ds. W. Smouter als voorzitter van de Commissie voor Contact en Samenspreking
op donderdag 22 oktober 1998

 

Broeder preses, hooggeachte broeders,

Ik dank u vriendelijk voor de gelegenheid om hier namens de Commissie voor Contact en Samenspreking van onze kerken het woord te richten tot uw vergadering. Ik besef, dat ik het doe op een moment dat van beslissende betekenis is voor de toekomst van onze wederzijdse contacten. Deze contacten dateren van vlak na de breuk in de Vrijgemaakte kerken en zijn dus nu 30 jaar oud. De gegevens die ik daarover thuis vond, reiken terug tot 1977, want van hetgeen er vóór mijn 20e verjaardag gebeurde heb ik weinig bewaard. Uw Generale Synode van 1977 sprak onder meer uit, dat alles gedaan moest worden wat de eenheid tussen onze beide kerken dient en dat onderzocht moest worden in hoeverre de gedachte van een federatie tussen beide kerken bruikbaar zou zijn om invulling te geven aan de roeping tot eenheid. Herhaaldelijk spraken uw synodes verder uit, dat het zoeken naar eenheid met ons tot de roeping der kerk behoort en dat de bezwaren die in verschillende van uw gemeenten vanaf het begin bestonden, geen belemmering mochten zijn voor de voortgang van de gesprekken.

We zijn nu twintig jaar verder en de vraag laat zich stellen, of in de tussentijd aan de uitspraken van uw synodes recht gedaan is. Enerzijds is dat zeker het geval. Er is veel en intensief gesproken op landelijk vlak; er is veel en intensief samengewerkt op plaatselijk vlak. Op tal van plaatsen is het gekomen tot wederzijdse erkenning en herkenning, uitlopend op samenspreking, samenwerking en federatie. De kerken die hierbij betrokken zijn, ervaren dit niet als een vrijblijvende hobby, maar als een geschenk van de Vader der lichten bij wie geen verandering is of zweem van ommekeer.

Aan de andere kant hebben de gesprekken op landelijk vlak ons gebracht tot een stagnatie, die zijn voorlopig dieptepunt vindt in het voorstel dat op uw tafel ligt om de samenspreking te beëindigen. Wat is daarvan de oorzaak? Zijn wij in de tussentijd veranderd, bent u in de tussentijd veranderd of hebben onze beide kerken zich destijds vergist in hun overtuiging dat de Here ons tot eenheid riep? Wel, het zou niet juist zijn om te ontkennen dat onze beide kerken in de tussentijd veranderd zijn. Hoewel de onderwerpen die in discussie zijn, opvallend gelijk gebleven zijn: het functioneren van de instemming met de belijdenis, de aard van ons Akkoord van Kerkelijk Samenleven en de ontwikkelingen rond de vrouw in het ambt, want dat speelde ook toen al. De waardering en taxatie van deze verschillen is intussen veranderd. Maar uiteraard is alleen al het feit, dat deze onderwerpen nòg in discussie zijn, een factor die de eenheid niet bepaald dient.

Vooral over de toe-eigening hebben onze wederzijdse deputaten veel gesproken. Aan de ene kant waren deze besprekingen best moeilijk; aan de andere kant gingen ze over een voor het geloof heel wezenlijke zaak. Daarom moet het ons echt van het hart dat we het heel jammer vinden dat uw deputaten ondanks herhaaldelijke oproepen van uw synodes nooit tot een echte evaluatie van onze gesprekken gekomen zijn: liggen de verschillen met ons nu al dan niet binnen de kaders van Schrift en belijdenis?

In dat licht hebben we het betreurd, dat het accent steeds meer verschoven is naar zaken van kerkordelijke aard. Verschillen zijn er op dat vlak wel en die zijn er altijd geweest, maar laten we eerlijk zijn: het hart van de broeders lag daar toch niet. Wij hebben beiden te maken met het feit, dat je intern moet omgaan met verschillen van inzicht en dat je toch samen een lijn moet trekken. Een van uw afgevaardigden noemde deze week het poldermodel in uw kerken. Wij zouden die term ook kunnen gebruiken; het verschil is alleen dat wij de overleg-ruimte ook in ons Akkoord hebben vastgelegd, terwijl die ruimte bij u alleen in de praktijk bestaat. Onze praktijk leek in uw ogen wel eens wat liberaal; uw praktijk leek ons wel eens wat gezocht. Geen van beiden zijn we er trots op. Maar moeten we elkaar daarom afhouden?

Broeders, het is niet waar dat we in prediking en leer uit elkaar gegroeid zijn. Sinds 25 jaar worden onze predikanten aan uw Hogeschool en later Universiteit opgeleid, zonder enige invloed van onze kant; het kàn niet anders of dat heeft zijn effect, anders zou deze opleiding wel heel weinig effect hebben gehad. Maar we merken dat ook in de praktijk: we hebben onder meer van u geleerd om meer dan vroeger het werk van de Heilige Geest in de gelovige te benadrukken. Er is op tal van vlakken door de jaren heen wederzijdse invloed geweest. Dat is niet minder geworden, maar méér.

Broeders, het is niet waar dat we in kerkelijke issues uit elkaar gegroeid zijn. We hebben beiden met indringende vragen te maken rondom het gezag van de Schrift en de vrouw in het ambt. Er mag een fase-verschil zijn, maar dat was er 25 jaar geleden ook. Laten we niet daarvan een breekpunt maken in onze verhoudingen, maar samen zoeken naar de weg die de Here ons wijst.

Intussen, ik wil niet de indruk wekken dat we eenzijdig de verantwoordelijkheid voor de stagnatie bij uw kerken leggen. Zoals u in de brief van ons moderamen kunt lezen: wij leggen u onze verlegenheid voor. En we hebben op onze Landelijke Vergadering ook met schaamte onze verlegenheid voorgelegd aan de Here. Tot Hem roepen wij het dan ook uit: kom ons te hulp, wijs ons de weg hoe we verder moeten gaan! Want echt, we geloven dat we samen verder moeten gaan. We weten als kerken ons door God geroepen, veilig in Jezus' armen en geleid door zijn Heilige Geest. Maar die woorden zijn te groot voor ons alleen. We kunnen ze alleen verstaan samen met wie onze zusterkerken zijn. Samen met u hebben we God gedankt voor de gevonden eenheid, samen met de Gereformeerde Kerken (Vrijgemaakt) zoeken we naar eenheid die we kwijt raakten. Wat uw kerken betreft: is die dankbaarheid aan God dan een vergissing geweest?

Broeders, we doen een beroep op u: breek niet met ons. En we vragen u dringend: laat dat verder gaan dan dat kerken die elkaar wederzijds vonden een getolereerde enclave zijn. Deze kerken hebben voldaan aan wat uw synodes jaren lang gevraagd hebben en ze zijn de Here dankbaar voor wat ze in die weg gevonden hebben. Laten de besluiten die uw vergadering neemt, geen formele belemmeringen worden voor wat de Here mogelijk nog geven wil in de toekomst.

We hebben langs verschillende wegen kennis mogen nemen van de opbloeiende contacten tussen uw kerken en de Gereformeerde Kerken (Vrijgemaakt). Graag willen we benadrukken, dat we deze contacten van harte toejuichen. Het is waar: wij slaagden er nog niet in om tot echte kerkelijke contacten met hen te komen. Dat neemt niet weg, dat we voor Gods aangezicht ons één met hen weten in geloof en belijden. En als er in de contacten tussen u en hen een echte doorbraak komt, dan zullen wij dat eerlijk toejuichen. Op de pijnlijke kant die daar voor ons aanzit wil ik hier niet ingaan; het doet onze blijdschap ermee ook niet teniet.

Broeders, terwille van wat bereikt is tussen ons, vragen we u dus om de landelijke contacten, gericht op kerkelijke eenheid, voort te zetten. U hebt ook gezien, dat we indien u hieraan onverhoopt geen gehoor wilt geven, u uitnodigen om in dat geval deel te nemen aan een andere vorm van overleg, die dan meer gericht zou zijn op de vraag, in hoeverre we elkaar binnen de situatie van de verschillende kerkverbanden kunnen helpen op basis van de verbondenheid als gemeenten van Christus. U begrijpt: we willen graag méér dan dat. Maar we doen dat niet door op de deur te blijven kloppen. We doen dat wel in het vertrouwen, dat het van ons niet af hangt, en dat de Here God dóór gaat met wat zijn hand begon.

Ik dank u.


Naar NGK home-page

Naar Index Landelijke Vergadering


Deze pagina wordt gepubliceerd door het moderamen van de Landelijke Vergadering Doorn 1998
Laatst gewijzigd op 07-06-99.