 |
We willen het hebben over God de Heilige Geest. Waarom? Je zou kunnen zeggen: omdat veel mensen het er over hebben, het is
in. Maar je kunt het ook anders benaderen: Ik denk omdat het daar de tijd nu voor is. Tenminste zo lijkt het. De tijd lijkt
rijp om daar weer eens mee bezig te zijn: Wie is dat eigenlijk, de Heilige Geest? Wat doet Hij? Steeds meer lijkt die vraag
te gaan klemmen en dat heeft te maken met dat we als kerk ons soms zo verlegen voelen met het evangelie in onze
maatschappij. Wie wil er nog luisteren? Hebben we nog wel een Woord voor de wereld? Een verlegenheid waarbij we steeds meer
verwachtingsvol kijken in Zijn richting: Als Hij doden tot leven kan wekken zou Hij dan misschien ook nu muren kunnen
doorbreken waar wij zo tegenop lopen? Nieuwsgierigheid naar het werk van de Geest heeft te maken met de ijver voor God. Een
toenemend verlangen dat meer mensen Zijn Naam gaan erkennen en eren. Vandaar het onderwerp.
Een beetje vanuit een kennisachterstand. Is er niet meer vanuit de Bijbel over Hem te weten dan ik tot nu toe weet?
Kennisachterstand.
Is dat trouwens erg als we die achterstand zouden hebben? Wat missen we dan? Waarin zouden we dan tekort schieten? Van
sommigen krijgen we het verwijt dat ons gebrek aan aandacht voor de Geest er wel eens op zou kunnen duiden dat we
nauwelijks de naam van kerk verdienen. Missen we wat? Dat is meteen al een heel interessante vraag. Is het niet zo dat de
Heilige Geest eigenlijk niet zo veel aandacht behoeft? Werkt Hij niet meer wat stilletjes op de achtergrond? We worden toch
in de Bijbel nauwelijks voorgegaan in het aanroepen van de Geest. Zegt dat al niet genoeg? Dat het voldoende is ons op de
Vader en de Zoon te richten en de Geest doet dan Zijn werk toch wel? Wat voegt aandacht voor de Heilige Geest toe? Of, iets
nauwkeuriger gezegd: wat voor effect heeft het als ik bewust geloof in het werk van de Heilige Geest? Daar zou ik voorlopig
met een woord op willen antwoorden: nabijheid!
Als Jezus Zijn discipelen voorbereidt op Zijn vertrek spreekt Hij over de andere Trooster die komen zal in Zijn plaats.
De andere Trooster, in het Grieks de andere Parakletos, letterlijk: Hij die erbij geroepen is, Hij die te hulp geroepen is.
Kom over en help hen! Een hulpverlener dus, een advocaat, een trooster.
Eerst was Jezus Zelf er. Dan zegt Hij tot grote schrik van de Zijnen dat Hij weggaat maar Hij belooft: er komt Iemand
anders. Die zal de kloof die er straks tussen jullie en Mij lijkt te ontstaan overbruggen. Dat is de Heilige Geest: de
Pontifex Maximus, de opperste bruggenbouwer. Hij die mij in verbinding brengt met de verre Jezus.
Zoals we in de gereformeerde traditie zeggen: Hij die mij subjectief toeeigent wat ik objectief in Christus heb. Dus Hij
haalt het dichtbij voor mij. De toeeigening des heils. Vandaar nabijheid.
Er wordt in verband met de Heilige Geest nogal eens gesproken over ervaring. Ik zou dat woord voorlopig even willen
vermijden. Het roept nogal wat misverstand op, zeker in onze tijd want wat is dat dan, ervaring, hoe ervaar ik God, voel ik
dan iets, iets tastbaars? Is de manier waarop we God kennen en met Hem omgaan niet anders? Ik gebruik liever even het
woord besef. Besef hebben van Gods aanwezigheid, besef hebben van Zijn genade in Christus, besef hebben van de toekomst
die ons wacht. Als je iets beseft, als iets werkelijk tot je doordringt, komt het nabij. Geloven in het werk van de
Heilige Geest is erop vertrouwen dat God in Zijn aanwezigheid en in Zijn werk nabij is. Daar een groeiend besef van krijgen.
Daarom denk ik dat een inhaalmanoeuvre voor wat onze kennis van de Heilige Geest betreft uiteindelijk wel eens een
verlevendiging van ons geloof teweeg zou kunnen brengen, als God het geeft.
Dat vooraf.
Dan nu een aantal opmerkingen over het werk van de Heilige Geest.
1) Het werk van de Geest.
Ik wil beginnen met globaal aan te duiden op welke gebieden wij Hem in de Bijbel zoal tegen komen. Wat doet Hij allemaal?
En dan lees ik al meteen op de eerste bladzijde dat Hij te maken heeft gehad met de schepping van hemel en aarde. Hij was
erbij toen de mens tot leven kwam. Hij zorgde ervoor dat mensen toegerust werden om iets voor God te doen. Hij gaf
daarvoor de bekwaamheid maar ook zelfs de bereidheid. Niet alleen het kunnen maar ook het willen.
Daar heb je trouwens al een belangrijk onderscheid in Zijn werk. Hij werkt aan het begin van iets en Hij werkt in het
vervolg daarvan. Dat is een belangrijk onderscheid. Een heel verschillende manier van werken blijkt dat ook te zijn. Want
als Hij aan het begin van iets komt dan blijkt dat echt helemaal Zijn werk. Hij geeft leven waar eerst geen leven was. Hij
geeft nieuw leven, wedergeboorte, waar eerst nog sprake was van verlorenheid en opstand. Hij maakt onze wil vrij zodat
we ook werkelijk een vrije wil krijgen. Eerst was die wil dus niet vrij. Eerst was er de gebonden wil, om met Luther te
spreken in zijn discussie met Erasmus. Een mens heeft van nature geen vrije wil meer, helaas. Maar die wil kan wel
vrijgemaakt worden. Vrij in Christus. Dat doet de Geest. Hij is soeverein in Zijn beginnende werk.
En zo krijg je ook het vervolg in het vizier want als wij eenmaal een vrije wil hebben gekregen lijkt ook het werk van de
Heilige Geest te veranderen. Dan is er niet zozeer sprake meer van Zijn soevereiniteit maar van samenwerking,
coöperatie. Ik kom daar nog op terug.
Er is dus een beginnend werk en een voortzettend werk van de Heilige Geest. Eerst komt Hij geheel op eigen inititatief,
hebben wij niets in te brengen. En dan worden wij medearbeiders Gods.
En toch is dat weer niet helemaal waar. Dat is jammer want het is zo mooi overzichtelijk op deze manier maar dit is niet
volledig wat ik nu zeg.
Want we leren de Heilige Geest vanuit de Bijbel ook te verbinden aan onze volharding, aan dat we het uiteindelijk allemaal
ook volhouden. Dan blijkt Hij toch weer een soort overkoepelende soevereiniteit te hebben. Hij begint niet alleen een werk
in ons, Hij wil het ook tot een goed einde brengen. En daar tussenin zit dan die samenwerking.
Kortom: De Heilige Geest heeft een rol in wat je zou kunnen noemen het vorm geven van wat God in deze wereld wil doen, Hij
geeft het vorm in de werkelijkheid. Hij maakt het nabij voor ons. Hij slaat de brug. Dat is het eerste.
2) De eerste gave.
Dan de tweede opmerking. Dat is de vrij belangrijke constatering dat de Heilige Geest in de Bijbel wordt genoemd de eerste
gave (Rom.8:23) of ook wel het onderpand (2Kor.1:22,5:5,Ef.1:14). Dat geeft iets aan van een eerste begin, iets voorlopigs,
het is er al wel maar het is er nog niet volledig. Dat blijft een heel apart punt in de Bijbel. Dan heb je het eigenlijk
over de vraag: waarom kwam de nieuwe aarde niet toen Jezus opstond? Waarom moet het allemaal nog zo lang duren? Tussen de
eerste komst van Jezus en Zijn laatste komst is het tijdperk van de Heilige Geest geschoven. Dat is redelijk onverwacht
geweest. Want als je de profeten van het OT leest dan lijkt er met de komst van de Geest meteen ook al het nieuwe te komen.
De komst van de Geest is zo'n beetje het startschot van al het nieuwe dat in de Bijbel wordt verwacht. En dan blijkt het
eigenlijk toch een beetje tegen te vallen. Tenminste, als je dat ook echt zo ziet. Want lang niet alle christenen denken
daar zo over. Lang niet alle christenen geloven in voorlopigheid en gedeeltelijkheid. Mn. het zg. Pinkstergeloof gaat
sterk uit van de mogelijkheid van overwinning hier en nu voor christenen. Nog niet de nieuwe aarde, dat niet, maar wel een
zo overwinnend geloof dat met minder nauwelijks genoegen genomen hoeft te worden.
Dit lijkt mij een overschatting en een niet juist taxeren van de bedeling waarin wij leven. Er is al veel gekomen, veel
beloften zijn voor een groot deel vervuld, de overwinning is in principe behaald maar we merken het, nu is het nog niet het
moment dat Jezus het koningschap voor Israël herstelt, om met de discipelen te spreken in Hd.1:6.
Ons kennen is onvolkomen (1Kor.13:9). Het volmaakte moet nog komen (10). En dat geldt niet alleen voor ons kennen. Dit is
van belang omdat de overgang van Oude naar Nieuwe Testament dus niet uitsluitend radicaal anders is. Voor een deel leven we
nog steeds in dezelfde verwachting als men toen leefde. Natuurlijk, er zijn belangrijke dingen gebeurd.
De Gezalfde is gekomen, Hij heeft de overwinning behaald en is als eersteling opgestaan uit de dood. En natuurlijk, de
Geest is ons gegeven om ons harde, ontoegankelijke hart te verzachten. Wij zijn dood voor de zonde en levend voor God in
Christus Jezus maar nog steeds is de oproep nodig: Laat dan de zonde niet langer als koning heersen (Rom.6:11v.). Of die
andere mooie tekst uit Rom.8, dat de Geest gekomen is "opdat de eis der wet vervuld zou worden in ons." (4) De
eis der wet, de geboden, er komt wat van terecht, we gaan het doen. Maar vervolgens krijgen we wel de oproep om door de
Geest de werkingen van het lichaam te doden (13). Dat blijft nodig blijkbaar. Als opdracht waarin we ook wel eens falen.
Tot zover het punt over de Geest als eerste gave. Het is allemaal nog niet zover.
3) Coöperatie.
Dan is er, en dat is het derde punt, die coöperatie. De samenwerking tussen de Heilige Geest en ons. Je vraagt je
trouwens af, met alle respect, of dat nu wel zo'n goed idee was van God, die samenwerking. Want dat maakt het allemaal
nogal moeizaam, eerlijk gezegd. Want hoe zit dat, we zeggen toch: een ketting is zo sterk als de zwakste schakel en dat
geldt hier eigenlijk ook. Qua tempo zou God de Geest al veel en veel verder kunnen zijn maar wij zijn het die steeds maar
weer voor het oponthoud zorgen. Een blok aan Zijn been. Wij zijn soms zo traag, zo koppig. We gaan de Heilige Geest zitten
tegenwerken, we gaan Hem verdriet aandoen en soms doven we Hem zelfs uit.
Dat is menselijkerwijs het nadeel van de samenwerking.
Maar het ongelofelijke voordeel is dat wij blijkbaar in Christus volkomen serieus genomen worden. God behandelt ons als
kinderen en niet meer als slaven. De vergeving der zonden is werkelijk een grandioos nieuw begin. Onbeperkte en
onbelemmerde toegang tot de Vader en Hij gaat met ons om als waren we al helemaal die nieuwe mens, geschapen naar Zijn
beeld.
Dat is het mooie van de coöperatie. Wij zijn daarin weer Gods tegenhanger geworden. Om een huwelijksterm te gebruiken,
en dat mag toch in verbondstaal, Gods hulpe tegenover Hem. Zoals het in den beginne bedoeld was. "Wat is de mens dat
Gij zijner gedenkt? Gij hebt hem bijna goddelijk gemaakt." Ps.8.
Dat heeft belangrijke gevolgen voor het kennen van het werk van de Heilige Geest, die coöperatie.
Hij is dus blijkbaar niet een kracht die ons omver blaast en overrompelt. Ja, wel in het beginstadium. Dan is Hij de
soevereine God die geen tegenstand duldt. Hij wekt de doden ten leven zonder daarvoor eerst toestemming of medewerking te
vragen. Doden werken niet mee. Maar levenden wel. Het voortzettende werk van de Heilige Geest is dus hoofdzakelijk een
geven en nemen, een wisselwerking, een voortdurende beïnvloeding.
Hoewel, is dat eigenlijk wel zo? Is het inderdaad altijd zo rustig en zo respectvol?
Lees je dan niet in het boek Handelingen bv. dat mensen op zo'n manier vervuld worden met de Heilige Geest dat ze
inderdaad als het ware overspoeld worden? Lees je niet van de uitstorting van de Heilige Geest en dat de Geest op mensen
viel? En zijn de mensen dan niet behoorlijk passief daaronder?
Inderdaad en ik heb ook wel een idee hoe dat te verklaren zou zijn. Ik wil niet zover gaan zoals in onze traditie altijd
wel gezegd is dat dat nou typisch iets was voor die eerste begintijd. De apostolische tijd en daarna was dat niet meer
nodig. Zo'n standpunt is niet vol te houden. Want het is sindsdien nog steeds voorgekomen. De werkelijkheid weerspreekt
deze opvatting. Maar wat wel zou kunnen is dat het wel eens in het algemeen met een nieuw begin te maken zou kunnen hebben.
Dus ook een nieuw begin nadat het in het slop is gekomen. Een doorstart dus. Want daar is de Geest inderdaad soeverein.
Daar is zeer beslist nog geen sprake van samenwerking. Een nieuw begin.
Zoals er na de ballingschap voor Israël ook een nieuw begin gemaakt moest worden. Het volk was weerspannig geworden en
zij bedroefden de Heilige Geest, Jes.63:10. Waar is Hij die de Heilige Geest in hun binnenste gaf, Jes.63:11. Ook daar het
uitzien naar een nieuw begin. Zoals dat lugubere visioen bij Ezechiel. Die dorre doodsbeenderen die weer tot leven komen.
Helemaal zonder dat de mens daartoe bijdraagt. Dat visioen is niet alleen een beeld van Pinksteren maar allereerst ook al
van het herstel van Israël na de ballingschap.
En zo zouden wij nu ook wel eens zo langzamerhand toe kunnen zijn aan een nieuw begin. Aan een soeverein ingrijpen van God
de Heilige Geest zodat er weer leven komt. Het ligt er een beetje aan hoe je de huidige situatie taxeert. Maar je krijgt de
indruk dat steeds meer mensen daartoe overhellen. Wij hier in het westen, het lijkt wel alsof we weer een nieuwe doorstart
nodig hebben. Noem het reformatie, noem het een reveil of wat dan ook.
Dus die overrompelende verschijnselen uit Handelingen verbind ik voorlopig toch vooral aan een nieuwe doorstart. Niet
zozeer aan het gewone, doorgaande werk van de Heilige Geest. Dat wordt juist gekenmerkt door een zorgvuldige en behoedzame
coöperatie. De Geest is een gentleman, wordt dan gezegd. Hij gaat respectvol met ons om. Hij roept ons op onze
verantwoordelijkheid te nemen, samen met Hem. In Zijn kracht.
En dat samen met Hem is geen wassen neus. Dat verplicht ons om goed na te denken, goed te studeren, dingen goed voor te
bereiden. Maar je doet dat dan vanuit het besef van die goddelijke coöperatie. U nodigt ons uit om te zaaien en dat
doen we ook naar beste vermogen, in het geschikte seizoen op de juiste manier, maar wat heeft ons zaaien voor zin als U de
wasdom niet geeft. Dat is bidden en werken. Biddend werken en werkend bidden. Onlosmakelijk.
We moeten niet te zwaar tillen aan onze eigen verantwoordelijkheid want dan werken we alleen maar. We moeten ook onze eigen
verantwoordelijkheid niet onderschatten want dan zitten we alleen nog maar te bidden en doen verder niets.
Dit is onze trots, die coöperatie. "Gij hebt hem bijna goddelijk gemaakt", ps.8. Medearbeiders Gods. En zo
kent het geloof twee uitersten aan gevoelens: Naast de ootmoed en het ontzag vanwege de zonde en de genade, het is toch ook
ongelofelijk allemaal, is er ook de blijdschap en de trots van het mee mogen doen. De Vader die Zijn kinderen echte
verantwoordelijkheid geeft. Wat een voorrecht en soms kan je het bijna niet geloven.
En zo kreeg je die merkwaardige situatie in Hd.21 dat Paulus zich gebonden wist door de Heilige Geest om naar Jeruzalem te
reizen terwijl broeders en zusters hem waarschuwden om vooral toch niet te gaan. En dat was niet zomaar waarschuwen, ze
deden dat in de Geest, aangezet door Hem. Terwijl Paulus juist op last van de Geest wilde gaan. Dat is een vreemde
situatie. Wie heeft er nu gelijk, wat moet er nu gebeuren? Maar je kunt het ook zo zien: op deze manier ontstond er door
toedoen van de Heilige Geest voor Paulus volslagen helderheid. Hij zag alle voors en tegens en koos toen in eigen
verantwoordelijkheid. En hij gebruikte een goed argument: ik kies ervoor voor de Naam van Jezus het lijden tegemoet te
gaan (Hd.21:1-14). Dat was zijn keus als medearbeider Gods. Een Christus-gerichte keus. En die geschiedenis eindigt dan
heel mooi: "Toen Paulus niet te overreden was, hielden wij ons stil en zeiden: De wil des Heren geschiede."
Daar zie je heel mooi hoe de Geest met ons samenwerkt. Hij duwt ons niet weg van onze plaats maar Zijn Geest getuigt met
onze geest, Hij, samen met onze geest (Rom.8:16).
4) Zaaien in de Geest.
Laten we nu proberen het eens wat praktischer te maken. Hoe gaat dat in de praktijk, die samenwerking tussen de Geest en
ons, bv. op het terrein van de heiliging. Centraal hierbij is het gegeven dat we moeten zaaien op de akker van de Geest. In
tegenstelling tot zaaien op de akker van het vlees. Dat is iets heel moois. Daar zit ook die coöperatie weer in.
Dat wij iets doen, nl. een zaadje zaaien, dat wil concreet zeggen dat we een stap zetten, iets ondernemen, iets veranderen,
ons iets voornemen, een klein zaadje en dat daar dan de belofte aan vastzit dat de Geest daar iets uit laat groeien. De
vrucht van de Geest.
Soms voelen we ons machteloos of maar tot weinig in staat maar dan moeten we het geringe, het kleine niet nalaten maar
zaaien in de verwachting van de groei.
Dit is een mooie invalshoek voor het pastoraat. Eigenlijk komt het neer op het aanmoedigen om gebruik te maken van de
middelen die de Geest heeft gegeven en dan denk ik vooral aan het Woord en de sacramenten. Het gebruik van de middelen in
de hoop op zegen, meer of minder. Dat hangt af van de mate waarin de Geest werkzaam wil zijn in een bepaalde tijd. Het kan
best zijn dat we in een tijd leven waarin Hij weinig zegen geeft of geven kan. Dat ontslaat ons niet van het zaaien want we
zaaien hoe dan ook in de hoop dat we uit de Geest eeuwig leven oogsten. Maar misschien geeft Hij nu ook al vruchten.
Als er twijfel is is dit bv. een belangrijke invalshoek. Zaai je op de akker van de Geest of van het vlees? Het geldt voor
levensstijl, voor omgaan met verdriet en teleurstelling, voor relatievorming enz.
Waar is de akker van de Geest? Die ligt in Zijn Woord.
Gebruik maken van de middelen is iets als uitdrukkelijk in de wind gaan staan, de wind van de Geest. Om wind mee te
krijgen. En dan kan het dus gebeuren dat dingen veranderen, dat dingen overwonnen worden. Je kunt er verbaasd om staan.
Wat heb ik nu eigenlijk gedaan? Steeds weer zul je beschaamd staan omdat het toch eigenlijk gewoon weer eens genade was
allemaal. Maar daar heeft God plezier in. Ons iets veel groters geven dan we gedacht hadden.
Dat is de coöperatie van de heiliging. Zoals Paulus ook in Rom.8 zegt (5): "Zij die naar de Geest zijn hebben de
gezindheid van de Geest." Dat wil zeggen: de mensen die door de Geest tot leven zijn gekomen die gaan ook steeds
meer bedenken wat van de Geest is.
Je zoekt Zijn beïnvloeding op. Je gaat bedenken wat Hij verlangt. Het begeren van de Geest gaat in tegen het begeren
van het vlees (Gal.5:17).
5) Vervulling met de Geest.
En dan tot slot het vervuld worden met de Geest. "Wordt vervuld met de Geest", maant Paulus ons (Ef.5:18). Die
merkwaardige werkwoordsvorm: wordt vervuld, passief en actief tegelijk.
Laten we dit eens zo benaderen: Als wij geloven in het werk van de Geest leggen wij ons niet bij stilstand neer. De Geest
is de eerste gave van wat komen gaat, de voorsmaak van straks als alles eindelijk nieuw wordt. Wij hebben al iets kunnen
ruiken van de voleinding. Dan kun je geen genoegen meer nemen met het minimale, het onvolmaakte, het matte, het
teleurstellende. Of in ieder geval: je verlangt naar meer. Dat kan niet anders.
Groeien in geloof is op de een of andere manier een beetje een verdachte term onder ons. Is dat geen overmoed, idealisme?
Is dat eigenlijk sowieso wel mogelijk, groei?
Wanneer wij in de Geest geloven, vertrouwen op Zijn werk dan ontstaat er toch op z'n minst iets van nieuwsgierigheid en
verlangen: wat heeft Hij nog meer? Toenemen in de kennis van zonde en genade, toenemen in de heiliging en de verwachting.
"Wij veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de Here, die Geest is."
2Kor.3:18.
Stel je voor dat we inderdaad, zoals Paulus schrijft in Ef.3, met kracht gesterkt worden door de Geest in de inwendige mens
opdat Christus door het geloof in ons hart woning make (16v), die mooie tekst. Stel dat dat gebeurt, die kracht in de
inwendige mens, dan heeft dat toch effect? Als de Geest ons op de een of andere manier van binnen sterker maakt dan wordt
die inwoning van de Here Jezus in ons hart toch groter en ruimer. En dat betekent niks anders dat Hij steeds meer in het
centrum van ons leven komt te staan.
Als we door de Heilige Geest steeds beter inzicht ontvangen in het evangelie dan kan dat niet zonder vrucht blijven in ons
dagelijks leven. Daar heb je de vervulling. En of dat nu schoksgewijs gaat of geleidelijk, dat maakt niet zoveel uit. Als
het maar gebeurt.
Als we de Geest maar niet tegenwerken of bedroeven of zelfs uitdoven. Dat kan dan dus ook. Dat je de Geest uitdooft. Als er
geen toename meer is, als er geen beweging meer is dan zou dat wel eens een definitief verpieteren kunnen betekenen als God
het niet verhoedt.
Dat is ook een gevolg van die samenwerking, dat we het de Geest wel heel moeilijk kunnen maken, al met al. Dat Hij
misschien wel eens moet besluiten om zuchtend van ons heen te gaan. Geestelijke verlating. Dan is die nabijheid er niet
meer. Dan is er alleen nog maar afstand. God, waar bent U? En als dat niet een schrikreactie teweegbrengt valt een mens af.
Dan ontstaat er uit de afstand onverschilligheid. "De Here ziet het niet, Hij vraagt geen rekenschap." (ps.10:4).
Maar er kan ook verlangen ontstaan, een diep hunkeren: "Och, dat Gij de hemel scheurdet, dat Gij
nederdaaldet."Jes.64:1 "HERE, wees niet bovenmate toornig en gedenk niet voor altijd de ongerechtigheid. Zie,
aanschouw toch, wij allen zijn Uw volk."Jes.64:9
Dat verlangen. Verlangen naar nabijheid. In onze tijd misschien wel weer heviger dan ooit. Zou het kunnen, zou het mogen?
Kom Schepper Geest.
|
 |